zaterdag 12 mei 2018

Verhaal 2



Lucky Bean | Daar zit ik dan, bij een ondergaand zonnetje op het terras bij café/restaurant Lucky Bean. Poging twee om een verhaaltje aan jullie te schrijven. De vorige keer toen ik hier begon met schrijven,  werd ik onderbroken door een leuke ontmoeting en besloot mijn spontaniteit dat dit verhaal nog wel even kon wachten.  De dag erna kwam Iwan dan eindelijk op bezoek en heb ik nooit meer de moeite genomen om hier even rustig voor te gaan zitten. En zo zijn sinds mijn vorige verhaal, inmiddels al weer twee maanden verstreken vol nieuwe ervaringen en mooie tripjes. Mocht je nog geen tijd hebben gehad om dat verhaal te lezen, creëer alsjeblieft geen onnodige schuldgevoelens. Doe enkel de moeite om dit te lezen als het je uitkomt en je er zin in hebt😊 En verder ben ik natuurlijk nog steeds minstens zo benieuwd naar jullie: hoe gaat het daar? Wat voor leuke en minder leuke dingen hebben jullie de afgelopen maanden beleefd?

Roadtrip 1: Elandsdoorn & Blyde River Canyon | De maand maart was ‘tripjes wise’ bij mij een goede maand. Drie weekenden achtereen heb ik een auto gehuurd en ben ik er heerlijk op uit geweest. Het eerste weekend was ik met Lisanne, mijn studie-buddy en huisgenootje, naar Elandsdoorn gereden. Daar woonden Natasja en Sena voor drie maanden. Wij kennen elkaar van onze master en ze doen hier ook hun stage. Zij werken op een kliniek waar ze onderzoek doen naar stigma’s over HIV en AIDS. Twee nachtjes hebben we bij hun in huis gelogeerd en even onze ervaringen bijgepraat. Maar veel leuker, voor de zaterdagnacht reden we naar Graskop, wat vlak in de buurt is van the Blyde River Canyon. Bij de naam van het hostel ‘Valley View’ dat Lisanne had uitgezocht, had ik al een vermoeden dat ik die naam eerder had gehoord. En inderdaad, toen ik aankwam, bleek dat ik hier 2,5 jaar geleden al was geweest! Een gezellig hostel met een prachtige view over de bergen en zoals de naam al doet vermoeden, een valley. Vlak in de buurt was ook nog een mooie klif waar Lisanne en Sena hun Zuid-Afrikaanse bungeejump konden maken. Natasja en ik hebben rustig toegekeken en twee zenuwachtige, luidkeels schreeuwende koppies vastgelegd op video. Verder hebben we die dag nog wat mooie watervallen bekeken. Die zondag kwam het hoogtepunt van het weekend: een drive gemaakt door de Blyde River Canyon. Deze plek staat denk ik wel in mijn top 10 van mooiste natuurplekken op aarde (die ik tot nu toe heb gezien). Het uitzicht is zó, zó wijds en zó betoverend. Als je er over denkt om ooit naar Zuid Afrika te gaan… vergeet deze plek alsjeblieft niet. Alhoewel, dat zal ik over meer plekken zeggen. Beter gezegd, als je er ooit over denkt om naar Zuid-Afrika te gaan, zorg dan dat je veel tijd (en genoeg geld) hebt, want er is zó veel te zien😊

Blyde River Canyon



Roadtrip 2: Golden Gate Highland | Het weekend na Blyde River Canyon ben ik met Lisanne wederom de bergen ingegaan, dit keer in zuidelijke richting. Clarens heet het dorpje, dat ligt aan de voet van de Drakensbergen. Het was iets van vier uur rijden en we verbleven een schattig kleihutje onder een prachtige heldere sterrenhemel. Het was earth our die avond. Voor wie het niet kent, ‘earth hour’ is een avond in het jaar waarop iedereen gevraagd wordt voor één uur alle lichten uit te doen om over de hele wereld  gezamenlijk een signaal af te geven dat er meer actie nodig is om de klimaatverandering tegen te gaan. Heb je ‘m gemist? 30 maart 2019 next chance 😉 Of doe het op een mooie zomeravond alleen en ga ook ergens stilletjes van de sterren liggen genieten. Aanrader!
                Het dorpje Clarens waar we verbleven, is compleet ingericht voor toeristen, maar dat mocht de pret niet drukken. We hebben heerlijk op terrasjes gezeten en een beetje rond geslenterd zoals een toerist dat hoort te doen. De zaterdag hebben we de hele dag door Golden Gate Higland National Park gereden en gewandeld. Aanrader no. 3. Werkelijk prachtige views. Ze hebben door het park een hele mooie drive route aangelegd die door de bergen cirkelt, waardoor je steeds weer wordt verrast door een nieuw uitzicht. Ik had het er nog met Lisanne over, wat is het eigenlijk een maf fenomeen dat mensen massaal naar uitzichtpunten toe trekken en daar foto’s van gaan staan maken. Ik weet niet wat het is. Voor mij misschien even het gevoel beleven van natuurlijke vrijheid, rust, betovering en schoonheid. Zoiets. Natuurlijk zijn we niet de hele dag in de auto blijven zitten. Een korte wandeling naar een waterval met een prachtige pool, gaf ons de gelegenheid tot een frisse duik en even zonnebaden. Daar hadden we nog een hilarisch momentje. Wij dachten dat we daar alleen op de wereld waren, dus lagen we topless te zonnen. Je raadt het al, een half uurtje later werd onze rust verstoord. Onze verschijning verzorgde twee pubermeisjes de schrik van hun leven. Zij waren ook aan het wandelen met hun familie en liepen voorop. Toen ze het hoekje om kwamen bij de waterval stonden ze verschrikt en verstijfd bij het aanzien van twee half naakte vrouwen. Ze renden bijna gillend terug naar hun ouders. Dat gaf ons mooi de gelegenheid om ons weer vertoonbaar te maken. Hopelijk zijn ze weer een ervaring rijker en weten ze vanaf nu dat niet alleen hun moeder borsten heeft. Binnenkort zullen ze zelf ook met hun nieuwe aanwinsten tevreden moeten worden😉 Wat je wel niet beleefd te midden van de stilte in de natuur hè.




Golden Gate Highlands National Park

Roadtrip 3: Drakensbergen met Marlies | Een week later bevond ik me wederom in de Drakensbergen, dit keer een stuk oostelijker en samen met Marlies (mijn oude huisgenootje) die mij kwam opzoeken! Een paar weken daarvoor had ze impulsief besloten om lekker op reis te gaan, terug naar Zuid-Afrika waar ze ook een half jaar had gestudeerd. En haar laatste weekend, het paasweekend, kwam ze naar mij, jippie! Het was heerlijk om na anderhalve maand weer even een vertrouwde bekende vriendin in de buurt te hebben. We verbleven in een prachtige lodge van een aandoenlijke, bijna gepensioneerde man. Wij hadden de eer om getuigen te zijn van zijn laatste werkdagen tijdens ons bezoek. Die man was een verhaal apart waard, maar die bewaar ik wel voor als ik thuis ben. De lodge was omringd met een prachtige tuin en uitzicht op de bergen. Er hing echt een soort van magic oase van rust rondom om deze lodge. Iedereen die daar kwam, kwam er om te wandelen en was vriendelijk, ontspannen en sportief. Het gesprek van de dag was dan ook: ‘welke hike hebben jullie vandaag gemaakt?’. Twee avonden deden we mee aan gezamenlijke supper (diner) en ontmoetten we allemaal aardige koppels. De eerste avond zaten we met een Engels en een Zuid Afrikaans koppel tegen de zestig. Marlies en ik hebben een diner lang zitten schuddebuiken van het lachen om hoe die koppels elkaar de hele tijd voor schut aan het zetten waren. Eén man beschikte over een onuitputtelijke bron van moppen en verhalen, ik hoop dat ik er op mijn oude dag ook zo bij zit.


Het weer was niet optimaal, de bergen lagen aardig verstopt in de wolken. Het plan was om op zaterdag een flinke wandeling te maken, maar schijnbaar hadden we ergens een afslag te vroeg genomen en stonden we tot onze verbazing na 2uur al weer op de parkeerplaats. Zondag, poging twee voor de pittige wandeling. Ook op deze eerste paasdag was het weer niet optimaal, de bergen lagen nog steeds grotendeels in de wolken. Maar het was zo goed als droog, dus wij lieten ons enthousiasme niet onderdrukken. 
Tijd voor waterval-verhaal 2.0. Zoals de meeste watervallen was ook deze weer een praaltje. Weer zo’n natuurfenomeen, net als al die uitzichtpunten, dat tientallen toeristen trekt. En ook nu stonden er verschillende groepen mensen klaar om hun ‘happy easter’ foto daar vast te leggen. Een foto vonden wij onzin en ons plan was om er zo snel mogelijk weer voorbij te lopen. Maar een groep dames uit onze lodge wist ons toch te overtuigen dat een foto de moeite waard zou zijn. En of ‘ie dat was. We liepen naar de waterval toe en zij stonden aan de overkant klaar met onze camera. Er werd nog naar ons geroepen: ‘Be careful, it can be slippery out there!’. Marlies en ik, beiden redelijk ervaren wandelaars met stevige schoenen aan, reageerden eigenwijs en nuchter met een: ‘Thanks, we’ll be fine’. Daar stonden we achter de waterval. Op het moment dat het knopje werd ingedrukt voor de foto en met 15 man publiek, gleden we in slow motion en omarmd samen op ons gat. De eerste seconde een tikkeltje verschrikt, even nagaand of ik geen verwondingen had. De tweede seconden na de val, de slappe lach, samen met al onze toeschouwers. Onze happy easter foto was geslaagd.De rest van de wandeling - zoals jullie op de foto en het filmpje kunnen zien - liepen we hele delen door de mist. Na een rustig bezinningsmomentje tijdens de lunch kwamen we toch tot de conclusie dat de top opklimmen in de mist a) niet zo verstandig is b) niet zo zinvol, want inmiddels wisten we wel hoe wolken eruit zien. Grijs en nat. Dat zou op de top niet veranderen. Alhoewel de mist voor een poosje best een geinige en mysterieuze ervaring is, dus toch maar rechtsomkeert. Maar de mist liet ons humeur niet beïnvloeden, we hebben de hele wandeling heerlijk bijgepraat en gelachen. De andere twee avonden vulden we met een nieuw kaartspel ‘Euchre’ (er is ook een app van!) dat we van een gezellig Duits/Twents stel (laat Marlies nou ook Twents zijn..) leerden. Op maandagavond liep dit avontuur weer op z’n einde en liet ik na een lange knuffel, Marlies naar haar vliegtuig lopen. Ik moest back to serious business voor drie weken, tot de komst van Iwan.




Thesis-life | Als je dit zo leest lijkt mijn leven hier even een grote ‘roadtrip-utopie’. Dat is natuurlijk niet het geval. Maar in de maand maart waren mijn weekenden nu eenmaal interessanter om over te vertellen dan mijn scriptiewerk. En scriptie schrijven is - zoals velen van jullie wellicht herinneren – een kwestie van achter een bureautje zitten: lezen, nadenken en typen. En dat uur na uur, dag in, dag uit. Niet echt de moeite waard om over te schrijven dus. Alhoewel, dan simplificeer misschien iets te veel. Zo nu en dan zijn er op de CSDA en de universiteit super leuke seminars, vergaderingen en conferenties waar ik veel inspiratie uit opdoe. Ik zal zeker niet klagen over mijn stage hier!

Maar 11 april mocht ik eindelijk beginnen met het echte leuke werk, mijn interviews. Het oorspronkelijke doel van deze hele reis😉 Zeven moeders en zeven vaders heb ik geïnterviewd. Ondanks tientallen waarschuwingen over hoe lastig het zou zijn om vaders te interviewen, verliep alles eigenlijk overwegend soepel. De ouders waren over het algemeen heel bereidwillig om met mij mee te werken en super open om hun familieleven met mij te delen. Ik ben heel dankbaar voor hun openhartigheid: toch best bijzonder dat mensen bereid zijn om met een vreemde hun familieleven te delen! De enige hobbel op de weg in het proces waren twee opa’s. Ik geloof dat we wel 5 keer een afspraak met hun hebben gemaakt en steeds was er weer een reden waarom het hen toch niet uitkwam. Ach ja, dat hoort bij dit werk, je bent afhankelijk van andermans agenda, prioriteiten en bereidwilligheid. Ik kan natuurlijk niets afdwingen. Uiteindelijk heb ik het bij hun maar opgegeven en een nieuw koppel benaderd en was alles sorted. Dacht ik: wordt vervolgd.

                De interviews vonden plaats bij de families thuis. Een aantal koppels in Soweto (voor de ZA kenner meer specifiek in Orlando East en Meadowlands), Corronationville en Orange Farm. De reis naar Orange Farm heeft op mij het meest indruk gemaakt. Het dorpje licht ruim drie kwartier rijden van de stad vandaan en is grof gezegd een bende van armoede. Op de weg daar naar toe reden we langs eindeloze weilanden vol ‘shaks’. Het dorpje bestaat uit tientallen gebieden – extensions - vol van deze shacks. Zonder logische nummering, dus het duurde een uur voor we het huis van onze eerste respondent hadden gevonden. Shaks zijn huisjes, of beter gezegd hutjes, die letterlijk bestaan uit vier ijzeren platen tegen elkaar getikt met een golfplaat erop als dak. Als je geluk hebt, zit er nog een plastic raampje in. En zo leven duizenden, duizenden mensen achter elkaar van twee of drie euro per dag. In 2011 zouden er 1.9 miljoen mensen in dit land zo leven. Volgens een artikel wat ik las, was het plan om voor al deze mensen in 2020 een fatsoenlijk huis te leveren. Maar de realiteit laat zien dat ze dit van ze lang zal ze leven nooit gaat lukken in de komende anderhalf jaar. Arme afhankelijke zielen, het breekt mijn hart. Een aantal van de mensen die ik interviewde leeft dus ook zo. Een beste man vertelde mij het verhaal dat hij al vijf jaar werkeloos was, zijn vrouw was overleden en hij was chronisch ziek. Dit leidde uiteraard tot een depressie, waarna hij moest besluiten de zorg voor zijn twee kinderen aan zijn gepensioneerde moeder uit te besteden. Met zijn vieren (oma, vader, zoon, dochter) leven ze van de Child Support Grant en een schaars pensioen. Dat is +/- €170 per maand. Ongelooflijk dat je daar überhaupt nog van kunt overleven toch? En om het verhaal nog een beetje aan te dikken. Deze man vertelde dat als het regent, het water over de vloer stroomt in zijn hutje. De vloer is gewoon aarde, dus stel je maar voor. Als je dan ’s ochtends wakker wordt, stap je dus met je blote voeten in de modder, letterlijk en figuurlijk. En als klap op de vuurpijl. Afgelopen maand, toen hij wat geld binnen had gekregen, had hij flinke boodschappen gedaan. Ook had hij eindelijk genoeg geld om zijn kinderen bij oma te bezoeken. Daar bleef hij een nachtje logeren. Thuis aangekomen waren al zijn verse boodschappen en zijn televisie uit zijn hutje gestolen. Ongeveer het enige wat daar in het huisje aan kostbaarheden was, was hem ontnomen. De tranen stonden in mijn ogen bij het aanhoren van dit verhaal. Ik snap wel dat deze man depressief is geraakt als zijn werkgever hem ontslaat omdat hij ziek werd. Wat een onrecht, wat een pech. Gelukkig kwamen er ook positievere verhalen voorbij. Eén koppel was werkelijk zo aandoenlijk. De liefde straalde aan alle kanten van hun gezicht af - en ondanks dat ze het ook niet veel ruimer hadden dan het vorige gezin - vertelden ze  vol enthousiasme en humor over hun leven. En hoeveel ze hadden geleerd in het programma, dat ze nu nóg meer één gezin waren geworden dat altijd voor elkaar klaar staat. Helaas mag ik van dit leuke gezin geen foto plaatsen i.v.m. privacy. Maar het was een huishouden dat aanvoelde als een warm bad en waar  ik vol dankbaarheid en met een stralende lach naar buiten liep.

Roadtripvakantie met Iwan: Garden Route & Cape Town | Een nog bredere stralende lach had stond er op mijn gezicht bij het onthaal van Iwan: na twee en halve maand kon ik hem weer in mijn armen nemen! De eerste dagen verbleven we in een airbnb hier in Johannesburg en kon ik hem de campuswaar ik woon (Auckland) en de campus waar ik werk (Bunting) laten zien. Verder heb ik wat mooie plekjes laten zien, zoals een 44 Stanley. 44 Stanley is een soort verscholen hofje in Parijs achtige sferen, met een paar winkeltjes en heerlijke terrasjes onder de bomen. Natuurlijk  zijn we ook naar het Apartheidsmuseum geweest om met de keerzijdes van dit land kennis te maken. Allebei lezen we de biografie van Nelson Mandela en in het museum is een mooie tentoonstelling over zijn leven, zijn acties. De verschrikkelijke geschiedenis van apartheid heeft dit land mede dankzij hem kunnen overwinnen. Ook was er een aparte ruimte ingericht ter nagedachtenis van Winnie Mandela. Winnie Mandela, ook wel de moeder van de natie genoemd, overleed op tweede paasdag, 2 april. Het hele land was in rouw, maar wel op zijn Zuid-Afrikaans. In Soweto lag haar lichaam opgebaard in haar huis. Honderden mensen werden daar voor herdenkingssessies uitgenodigd. Duizenden mensen dansten en zongen in haar straat. Het herdenken van de ‘mama’ van dit land mocht ruim ander halve week duren. Iedere dag was er een andere bijeenkomst, 24uur per dag werd Winnie omringd door haar naasten. En op zaterdag 14 april vond haar begrafenis plaats in het grote stadion van Soweto. Tienduizenden mensen kwamen daar bij een. Op de vrijdag 6 april ben ik ook naar Soweto geweest en was ik samen met Sena en Natasja met een groep vrienden naar haar straat. Daar was het één groot feest voor Winnie. Iedereen had dezelfde dokjes om hun hoofd en danste en zong uit volle borst. En ook had ik de eer om daar de kleinzoon van Mandela te ontmoeten, die hoorde bij de vriendengroep met wie we waren.


Dansen en zingen voor mama Winnie

Terug naar mijn reis met Iwan. Op vrijdag 27 april, toen de meesten van jullie waarschijnlijk in oranje over de vrijmarkten aan het struinen waren met een lekker biertje, stapten wij in de auto richting zee. De eerste nacht dacht ik een overnachting te hebben gevonden ‘een stukje van de route’. Zo lijkt dat dan op google maps. Maar toen we die route daadwerkelijk insloegen, zei onze lieftallige maps: ‘unknown road’. Dat betekent hier met een 4weeldrive dat je een prima weg hebt, maar met onze kleine bakkie dat je met 30km ander half uur over een zandweggetje hobbelt. Ah well, het is vakantie, we hadden alle tijd. Bij ons appartementje aangekomen, waren we werkelijk in de middle of nowhere. Of naja, er waren drie afrikaanse huisjes met een strodakjes en één grote boerderij waar (uiteraard) het blanke boeren koppel uit kwam wandelen. Verder wat kippen, koeien en ander boerderijachtig gedierte. De rust die ik in de stad miste kreeg ik hier 5 dubbel terug. In een straal van 100km was niets anders te bekennen dan uitgestrekte savanne landschappen met termietenheuvels en wat bergen. Oh, en drie struisvogels die ik de volgende ochtend als verjaardagscadeautje langs de zandweg zag. 



Onze volgende bestemming was iets levendiger, Plettensberger Bay. Daar hebben we genoten van prachtige stranden, een kanotocht door de rivier en mooie wandelingen door de natuur. De foto’s zeggen meer dan een verhaal, er zijn geen woorden voor nodig!



Robberg Nature Reserve - Plettenberg Bay



Na vier nachten in de natuur, waarvan één als hippie-experiment in een tipi-tent, was het weer tijd voor stad en leven: Cape Town! We hadden een heerlijk plekje aan zee, in de wijk Sea Point, vlak achter Signal Hill/Lion’s Heads/Table Mountain. Goeie koffie was hier in overvloed in hipstertentjes zoals je die in iedere grote wereldstad kunt vinden. Thuiskomen dus. Ook voelde de stad veel veiliger aan, ik weet niet of het ook echt zo is. Maar wij zijn er in ieder geval onbestolen uitgekomen. Alhoewel. Ik heb mijn telefoon laten stelen door de zee. Maar dat was al een paar dagen daarvoor gebeurd, toen we nog in Plettensberger Bay waren. We hadden heerlijk als een klein kind in de golven gespeeld en lagen daarna wat te lezen en zonnebaden, ruim 40 meter van de branding. Maar schijnbaar kan volle maan onvoorspelbare springtij organiseren. Terwijl ik lag te lezen keek ik voorzichtig op. Het enige wat ik nog kon, was roepen: ‘Iwan, kijk, sta op!’. Zelf, was ik net als wanneer je wordt bestolen door een dief, verstijfd door het aanzien van deze golf. Ik kwam nog net overeind, maar het lukt niet om mijn spullen te pakken. Er heerst een vloek op topless zonnen hier. Nadat de zee weer terug was getrokken, was ik het kwartier daarna bezig om mijn spullen bij elkaar te zoeken. Mijn bh en mijn bikini topje vond ik een paar minuten later op 100 meter afstand van elkaar. Mijn rugzak, mijn boek, mijn kleren, handdoek en telefoon lagen ook verspreid over het strand. Ik moet altijd hard lachen op zulk soort bizarre momenten, zoals je op de foto ziet. Die avond heb ik geprobeerd het boek voor de openhaard te drogen. Dat lukte ten delen, in ieder geval voor het deel wat ik nog moest lezen😊 Mijn telefoon ging in een pot met rijst, maar werd helaas nog niet wakker. Inmiddels ben ik weer bereikbaar met een leentelefoon van Lauren, mijn supervisor.




Terug naar Cape Town. Daar hebben we nog een leuke avond tijdens ‘first Thursday’ gehad. De eerste donderdag van de maand hebben allerlei cafeetjes en galerieën hun deuren open, met lekker eten, drinken, optredens en andere kunst. De dag daarna werd ik helaas ziek: a funny tummy as they say here. Eigenwijs als ik ben, vertikte ik het om hele dagen op bed te gaan liggen. Af en toe krommend van de buikkrampen, zijn we toch naar ‘het einde van de wereld’ gereden: Chapmans Peak Drive. Vroeger dachten ze dat je daar van de pannenkoekenwereld af zou vallen. Nu weten we beter gelukkig. En, behalve dat dit eindpunt van het werelddeel prachtige natuur betreft, zijn er pinguïns! Eindelijk heb ik ‘happy feet’ in het wild gezien, wat een fantastische beestjes. Alhoewel, wild, dat is ook maar relatief. Omdat ik niet de enige ben die deze beesten fantastisch vindt, en er per dag bussen toeristen op af komen, worden het strand en de duinen van de pinguïns goed beschermd en sta je wel achter een hekje. Maar toch, het is wel daar in hun natuurlijke habitat en dat is bijzonder om te zien😊
Die zondag was ik helaas nog niet fit genoeg om de Table Mountain op te klimmen, dus zijn we maar met de kabelbaan gegaan. Table Mountain is een platte berg, naast de stad, die van een afstandje eruit ziet als een tafel. Vandaar zijn naam. En het schijnt één van de zeven natuurwonderen van de wereld te zijn. Zó bijzonder vond ik het nou ook weer niet, maar het uitzicht was zeker de moeite waard en de wandeling over ‘de tafel’ ook. Nu was het seizoen er niet naar, maar het schijnt dat er een hele bijzondere bloemenvegetatie bloeit, die door de vorm van de berg, alléén daar te vinden is. Misschien verklaart dat het natuurwonder.  Fijn om daar mee af te sluiten. Ons autootje hadden we weer ingeleverd en samen vlogen we terug naar Johannesburg, alwaar we afscheid moesten nemen…


View over Cape Town

Inmiddels ben ik weer terug in mijn kamertje in Jo’burg en heb ik nog maar drie weekjes voor mijn vertrek. Die zullen gevuld worden met heel veel schrijven aan mijn onderzoek, want 1 juni moet ik mijn conceptversie inleveren. De komende drie weken hoeven jullie dus geen lange verhalen meer te verwachten. Misschien dat ik nog één afsluitende blog schrijf in het laatste weekend. Mocht je nog verzoekjes of vragen hebben die ik in het laatste verhaal kan beantwoorden, dan hoor ik ze graag!

Tot slot: afgelopen vrijdag verscheen ik met een vlog op de twitter- en facebookpagina van de CSDA met een filmpje waarin ik over mijn onderzoek vertel. Ik vind het natuurlijk vet awkward om mezelf op video te zien&horen spreken, maar jullie kennen me waarschijnlijk niet anders, dus dan is het vast leuker: https://www.facebook.com/csda.uj/videos/1609044589212147/

Tot binnenkort en bedankt voor het lezen,
Liefs

woensdag 21 maart 2018

Verhaal 1


Lieve mensen, 
Wat leuk dat jullie mee willen lezen gedurende de 4 maanden dat ik hier in Johannesburg verblijf. In mijn verhalen zullen jullie ongetwijfeld dingen lezen die vragen oproepen. Of wellicht ken je zelf verhalen die iets anders zeggen. De insteek van deze mailblog is niet: ik praat en jullie luisteren 😉. Voel je vrij om vragen te stellen en eigen ervaringen terug te mailen. Ik ben minstens zo benieuwd naar wat jullie allemaal bezighoudt in het dagelijks leven! Als de verhalen je te lang zijn, geeft niks als je het niet uitkrijgt, niet, of over een paar weken pas leest. Take your time!


Mijmeren met wijn | Daar zit ik dan, aan de onderkant van de aardbol. Met mijn eerste glaasje rode, Zuid Afrikaanse wijn van Tallhorse, giraffewijn. Want er staat een giraf op het etiket. Verder smaakt ‘ie gewoon naar Franse Sauvignon, wat overigens ook de ondertitel op het etiket is. Inmiddels bijna een maand geleden, op maandagochtend 12 februari, ben ik hier aangekomen, samen met mijn studiegenootje en nu tevens huisgenootje Lisanne. Beide gingen we de douane door met een klein familiair uitzwaai comité in de hal. Bij mij een verborgen traantje van binnen, maar op mijn gezicht een brede lach. Avontuur van start: ready, set, go! Het feit dat ik net met Iwan samenwoon en dan weer vier maanden zonder hem ben, maakte het vertrek gevoelsmatig toch een beetje dubbel. Enerzijds is het heerlijk om alleen deze reis aan te gaan want een scriptie schrijven is hoe dan ook een maf proces. Anderzijds zijn de avonden toch vaak onwennig om ze op een éénpersoons kamertje door te brengen. Gelukkig komt Iwan 23 april ook twee weken langs, wanneer we allebei ons veldwerk van de masterscriptie achter de rug hebben.  Dan gaan we de Garden Route naar Kaapstad rijden!



Master | Voor diegene die ik de afgelopen maanden wat minder heb gesproken, sorry!  Ik ben een beetje in een mastercoconnetje gekropen. Als het goed is kom ik er per 1 juli weer uit vliegen als een vlindertje. Ik doe dus de master Social Policy and Public Health aan de UU. Toen ik me in april vorig jaar aanmeldde, had ik wel gelezen over een stage in Zuid-Afrika. Dat ik dat ook daadwerkelijk zou gaan doen had ik nooit verwacht. Maar aan het begin van het studiejaar ontmoette ik Lisanne en zij wist al jaren dat ze dat wilde en was opzoek naar een buddy. Na het overwinnen van de nodige twijfels, besloot ik dat ik deze kans niet kon laten schieten. Samen met haar ben ik begonnen aan alle voorbereidingen voor deze stage. Iedere week werd het ietsje duidelijker wat we hier nou precies zouden gaan doen. Kort gezegd komt het er op neer dat we een familie-interventie programma evalueren dat in buitenwijken van Johannesburg door sociaal werkers en pedagogen wordt uitgevoerd. Het programma heet Sihleng’Imizi (We care for families) en heeft nu twee pilots van 14 weken gedraaid, met ongeveer zestien families. Het is ontwikkeld door een onderzoeksteam van the Centre for Social Development Africa (CSDA) en de Universiteit van Johannesburg (UJ). Onze professor Trudie Knijn, werkt al jaren samen met deze mensen samen en ieder jaar komen hier twee studenten vanuit de UU om hun scriptie te schrijven over een actueel vraagstuk binnen de CSDA. 


Visum | Mijn vertrek had een wat lange aanloop door de visumperikelen. Wanneer je langer dan drie maanden in Zuid-Afrika wilt verblijven, moet je het hele integratietraject door met visumaanvraag en al. Dat betekent 40uur werk in 22 onnozele documenten, waaronder een longfoto om te bewijzen dat je geen TBC hebt. De bottleneck van mijn aanvraag was dat de post niet meer iedere dag bezorgd wordt en mijn VOG (Verklaring Omtrent Gedrag) 4 dagen te laat binnenkwam. Daardoor was mijn aanvraag precies 4 dagen te laat klaar. De ambassade zei heel nuchter: ‘Wij hebben officieel 30 dagen de tijd, de bureaucraten, ehm ik bedoel diplomaten (zo noemen ze zichzelf) zijn nog bezig met je aanvraag, we kunnen niet beloven dat we die van jou in 10 dagen afkrijgen. Boek je ticket maar vast om’. Zonder een spier op hun gezicht te vertrekken, zonder enige excuses, volledig uit macht werd deze conclusie voor mij medegedeeld. Alsof het de normaalste zaak van de wereld is om een student die leeft op een studiefinanciering, even opnieuw €500 neer te laten tellen. Die avond kon ik alleen maar denken aan de mensen die ik in Soweto zou gaan interviewen. Ik had van dit ticket een paar gezinnen kunnen laten leven voor een maand. Anyway, dit visumverhaal heb ik zo snel mogelijk weer achter me gelaten. Het enige wat ik er nog over wil zeggen: ga je ooit een visum aanvragen? Begin minstens 3 maanden van te voren met de aanvraag en schakel zo’n bureautje in dat alles voor je regelt, het scheelt je enorm veel tijd en gedoe. En mocht je vragen hebben over hoe het allemaal werkt, dan help ik je met alle liefde. Ik ben in ieder geval weer een ervaring rijker wat betreft alle stappen van een visumaanvraag.

De campus | Ik woon op een grote campus van de UJ, de Kingsway campus. De eerste twee dagen hoefde ik nog niet echt te werken en konden we rustig installeren en registreren. Er moesten weer allerlei inschrijfformulieren worden ingevuld, mijn favoriete bezigheid, ahum. Verder kregen we een collegekaart die gekoppeld is aan je vingerafdruk. Iedere keer als je de campus op- en afgaat, moet je je vinger op het apparaatje leggen en je studentenkaart scannen, anders kom je niet door de ijzeren draaideur heen. Tenzij je ‘m een keer vergeet en heeeeel lief naar de bewaker kijkt en vraagt of hij de poort voor je wilt openen. Door de week is het hier op de  campus een overweldigende drukte aan mensen. Ik voelde me de eerste dagen een miertje op een mierenhoop in de grote hallen van de universiteit. Ik was weer even net zo gedesoriënteerd als mijn allereerste studiedag op de VU. Ik wist de weg nog niet, ik had nog geen wifi/beltegoed en dus geen google maps en ik werd aan tientallen mensen achter elkaar voorgesteld. Overal zitten en wandelen mensen, groepjes studenten zitten buiten te kletsen en te lachen, waterpijpen, studeren, muziek te luisteren. Wat ik een bijzonder fenomeen vind is dat tientallen jongens er werk van hebben gemaakt om  studieboeken rondom de campus te verkopen. Ze hebben een soort handeltje opgezet, je kunt je boek aan hen verkopen en zij verzamelen de boeken dan weer en verkopen ze met winst. Een soort rommelmarkt, maar dan ieder voor zich, overal verspreid over de campus. Een keer liep ik een hal in en volgde ik mijn oren. Aan het eind van de gang was een prachtige repetitie van een gospelkoor gaande. Stilletjes bleef ik voor de deur staan en smolt mijn hart.
Op de foto hiernaast zie je een overzichtsmaquette. Er zijn talloze faculteiten en in de omgeving zijn nog een paar andere campussen. Verder zijn er allerlei verenigingen en kan je zowat iedere sport volgen. En ik heb een fantastische ontdekking gedaan: er is een verscholen buitenzwembad op de campus! Eén van de eerste dagen ging ik samen met Cassidy (Amerikaans bovenbuurmeisje) naar dat zwembad, maar toen zag het nog donker groen van de algen en op de rand lag vet veel vogelpoep. Een week later was het ineens helder blauw, keurig gepoetst en heb ik een heerlijke zaterdagmiddag liggen zonnen en badderen.  Ook is er een levensgroot schaakbord, tijdens een lunch heb ik me zitten verbazen hoe ook deze nauwkeurig werd schoon geschraapt door drie mannen. Iets anders dat me opvalt zijn de winkeltjes op de campus. De meeste zijn eettentjes, met smerig fastfood. Er is wel één goeie italiaan met èchte Cappucino en vers eten. En er is een kleine supermarkt, maar die is over het algemeen meer leeg dan vol. Verder is er een boekwinkeltje en een telefoonzaak. Kortom, boodschappen doen we meestal in de Shoppingmall buiten de campus.

Sihleng’imizi programma | Het Sihleng’Imizi programma dat wij evalueren, is voor de hele familie en richt zich op vijf verschillende dimensies: (1) Childgiver relations, (2) Social and community connectedness, (3) Parental involvement in the child’s education, (4) financial capabilities of the family, (4) nutritional knowledge and food hygiene. Per interventie worden er ongeveer 4 tot 6 families (25 personen) benaderd via scholen. Tot nu toe zijn er twee pilots gedaan en die worden geëvalueerd. Daarna is het plan om het programma uit te breiden naar alle andere buitenwijken. De criteria zijn dat de kinderen een Child Support Grant[1] ontvangen en in de kleuterklas of eerste klas van de basisschool zitten. Nadat de caregivers hebben aangegeven geïnteresseerd te zijn in het programma, vinden er twee visites plaats waarin het hele programma wordt uitgelegd. Hierna worden de families uitgenodigd om deel te nemen aan de groepssessies. Die vinden wekelijks plaats en duren twee uur, 14 weken lang. Voor ouders en kinderen worden soms aparte en gezamenlijke sessies georganiseerd. De gezinnen ontvangen daarnaast een soort werkboek, waar allerlei oefeningen/spelletjes staan die ze met elkaar kunnen doen. Daarnaast worden er gezamenlijke maaltijden georganiseerd en buddy’s gevormd, zodat de gezinnen ook elkaar om raad kunnen vragen. Bovendien is het idee dat deze contacten zo hecht worden dat gezinnen na afloop van het programma elkaar blijven ondersteunen en het programma overbodig wordt. Tot nu toe zijn er twee pilots van het programma gedraaid en daarmee veel positieve resultaten mee bereikt. Tijdens een inspirerende seminar over het programma werden allerlei uitspraken van ouders verteld, deze vond ik pakkend: “Before I was worried because sometimes when I beat her she cries non-stop, and then I am feeling bad, maybe I hurt her seriously. Now, for punishment I beat her with the calm down corner [instead of with my hand], and its working better”. Ondanks dat ik weet dat het in veel landen gebruikelijk is om te slaan, raakte deze zin mij omdat voor mij de onmacht van de ouder zichtbaar werd. Ik heb nooit begrepen dat ouders hun kinderen regelmatig slaan, maar dit maakte voor mij duidelijk dat mensen soms geen idee hebben dat je ook op een andere manier grenzen stelllen.
 [1] Een tegemoetkoming vanuit de overheid voor arme gezinnen van +/- €26 per kind.

Vader betrokkenheid | Helaas lukt het de sociaal werkers nog nauwelijks om vaders bij het familie programma te betrekken, daarom is dit het onderwerp van mijn scriptie. Vaderbetrokkenheid blijkt een algemeen probleem te zijn in het land. In sommige onderzoeken wordt er zelfs over “ATM fathers” gesproken. Kort door de bocht is de algemene tendens: de man verdient de centen, de vrouw zorgt voor het eten en de kinderen. Als dit het uitgangspunt van het familieleven is, heeft dat natuurlijk grote gevolgen voor de rest van de samenleving. Vrouwen zitten in een afhankelijke positie, kunnen moeilijk aan een baan komen en kinderen hebben weinig mannelijke rolmodellen. Want mannen worden verwacht zes dagen per week te werken, wat hun sociale binding met het gezinsleven beperkt.  En dan gaat de gemiddelde Nederlander er nog vanuit dat je een gezinsleven inplant, binnen stabiele relatie en financiële situatie. Dat is hier in een aantal wijken van Soweto totaal niet het geval. Seksuele opvoeding is veelal een taboe, zeker voor het huwelijk (religie speelt een veel centralere rol) maar natuurlijk ook door Hiv/Aids. Veel kinderen in buitenwijken worden als ‘ongelukje’ geboren bij pubers, die nog niet in staat zijn om verantwoordelijkheid te dragen voor hun kinderen. Veel gezinnen zijn werkeloos en komen rond van de Child Support Grant. Vaders worden vanuit hun cultuur verwacht een bruidsschat te betalen, wat ze niet kunnen op die jonge leeftijd. Om hier aan te ontsnappen, ontkennen ze daarom regelmatig hun kind. Het is hier dan ook gebruikelijk dat kinderen door de hele familie van de moeder worden opgevoed: opa en oma’s, ooms en tantes, vrienden etc. Momenteel heb ik mijn Masterthesisdesign (Inleiding, Theoretisch Kader en Methode) afgerond met een mooi cijfer. Nu ben ik bezig met het ontwerpen van mijn vragenlijsten en andere aanpassingen. Over twee weken verwacht ik Soweto in te gaan, samen met mijn vertaler, om de families te gaan interviewen. 

Ons huis | We wonen hier op de campus op de Thomas Sankara Student Residence. Het is een klein huis met twee verdiepingen en op elke verdieping wonen 8 meiden. Als je binnenkomt is er een ruime keuken (zonder keukenkastjes..) en is er links en rechts een gangetje met aan beiden kanten vier kamers. Per vier kamers is er een douche, bad (❤)en wc. Naast mij woont een super lief meisje, Mercy en zij komt uit Zambia. Bijna iedere avond zit ze samen met haar broer die ook op de campus woont, prachtige Gospel muziek te spelen. Zij zingt en hij speelt gitaar. Ik vind het heerlijk dat er muziek wordt gemaakt en al snel schepte het een leuke band. Toen ik mijn eerste orkestrepetitie had gehad rende ik direct bij haar binnen om mijn enthousiasme te delen. Een week later zaten we met zijn drieën in de keuken onze eerste jamsessie te houden (zie filmpje in de bijlage). Dit was het eerste moment dat het hele huis ineens tegelijk de keuken in kwam en mee begon te dansen, jammen, filmen, zingen. Iedereen was helemaal verguld en verrast. De meiden uit ons huis komen ook uit verschillende Afrikaanse landen, Zimbabwe, Nigeria en Zuid-Afrika. 

Goed, tot zo ver mijn eerste verhaal over de basics: waarom ik hier ben, wat ik doe en hoe ik leef. Inmiddels heb ik in de weekenden ook wat meer tijd om leuke dingen te doen, dus daar zal ik jullie de volgende keer wat meer over vertellen! 
Ik hoor ook graag van jullie. 
Liefs Iris
                                                                Vrijdagavond jamsessie in de keuken met Mercy en haar broer

                                                                              een zingende mannenvereniging op campus